Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.
roken
vnw: een sigaret/sigaar/pijp smoren, roken
in die betekenis op bepaalde plaatsen aan het verouderen, bij jongere generaties heet het vaak ‘smoren’ voor wietroken en ‘roken’ voor het roken van sigaretten.
Zie ook smoor, opsmoren, smoorder, smoorkot
> andere betekenissen van smoren
Frank doet megawazig als hij smoort.
“V. zat op een stoel aan den voorgevel zijn pijp te smoren,” – uit ‘Van twee Koningskinderen’, Omer Wattez, 1896
Eddy Verbueren, die al op zijn twaalfde sigaretten smoorde (die hij pikte van zijn vader Dolf), voor geld met de kaarten speelde en wist hoe kinderen gemaakt werden. (Louis van Dievel – vrt.be – 2020)
bedriegen, foppen, bedotten, kloot, iemand een ~ aftrekken
zie sjarelen
vnw: belazeren, bedriegen, foppen
“Laat u maar niet kloten bij die marsjang!” waarschuwde petrik (zie reactie).
NL: aardappelkroket
< Frans la croquette
Dit is verschillend van het gebruik in Nederland, waar een “kroket” een vleeskroket is.
Zie ook: krokettenmaker, kroketmachien, millecroquettes
In plek van frieten kunnen we ook kroketjes of puree krijgen.
(zie plek, in ~ van)
1) vervelend, hinderend, irritant, naar
2) geïrriteerd
ook embetant
Van Dale 2018: ambetant
bijvoeglijk naamwoord • ambetanter, ambetantst
na 1950 < Frans embêtant
BE; spreektaal
1. vervelend, naar
2. wrevelig, prikkelbaar, boos
vnw:
-vervelend, naar, lastig, hinderlijk
-ontstemd, verstoord, kregel
vgl. ambetanterik, embetanterik
1) Ons baby’tje doet helemaal niet ambetant, zo nen brave.
1) ’t Is embêtant ’k en weet niet hoe (mechelenblogt.be)
2) Ik word ambetant van die stoverij tussen mijn tanden.
Nieuwe versie!
Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze
GitHub.