Vlaams Woordenboek logo

Het Vlaams woordenboek


Index

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Log in

Registreer als nieuwe gebruiker om het Vlaamse Woordenboek op zijn best te kunnen gebruiken. Als ingelogde gebruiker kunt ge bijvoorbeeld nieuwe termen aan ons woordenboek toevoegen, andermans definities verbeteren, en reageren op bestaande definities.

Uw gebruikersnaam
Uw geheime paswoord

  • Log in
  • Wijzigingen door K-pop

    dop
    (de ~, ~ en, m znw)

    kegelvrucht van een denneboom, een mastentop, dennenappel

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: Denappel. Gewestelijk in Zuid-Nederland.
    - Met doppen wörren de stoven aangemaakt, Cornelissen-Vervliet (1899)

    We moeten een paar zakken hebben want we gaan doppen rapen.

    > andere betekenis van dop

    Regio Antwerpse Kempen
    Bewerking door K-pop op 29 Aug 2025 17:03
    0 reactie(s)

    dop
    (de ~ (m.), ~pen)

    bolvormig versiersel aan een ceintuur, sacoche, schoenen, …

    Van Dale 2014 online: gewestelijk

    Van mijne ceintuur zijn de goudkleurige dopkes afgegaan; ze zijn nu zilverachtig.

    Mijn sandalen hebben een paar dopkes kwijt.

    Haar sjakosse, is schoon versiert met blinkende dopkes.

    > andere betekenis van dop

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door K-pop op 29 Aug 2025 17:02
    0 reactie(s)

    dop
    (de ~ (m.), ~pen)

    pindop, tots, top
    SN: priktol

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: dop: tol, inzonderheid priktol of taatstol. In Zuid-Nederland, vooral in Brabant en Limburg, ook te Antwerpen.

    Van Dale 2014 online: gewestelijk

    Met een dop spelen dat was heel stoer vroeger. Zeker als meisjes em sneller en langer konden laten draaien.

    > andere betekenis van dop

    Provincie Antwerpen
    Bewerking door K-pop op 29 Aug 2025 17:02
    0 reactie(s)

    dop
    (zn. m., g.mv.)

    werkloosheidsuitkering;
    ook lokaal waar men moest stempelen: doplokaal

    vnw:
    •het doppen
    •werklozensteun

    Woordenboek der Nederlandsche Taal: Werkloosheidsuitkeering; ook: instantie die de uitkeeringen aan werkloozen verzorgt; lokaal waar men zijn arbeids- of stempelkaart kan laten afteekenen of afstempelen; abstr. ook: het laten afteekenen of stempelen van zijn arbeids- of stempelkaart.
    - ’k Heb hem tegengekomen aan den dop (= het lokaal waar gedopt wordt), Biekorf (1933).

    Van Dale 2014 online: Belgisch-Nederlands, spreektaal

    Typisch Vlaams: Geen Algemeen Nederlands; Gangbaarheid: 5; Vlaamsheid: 1

    herkomst zie doppen

    zie ook: dop, aan den ~ zijn, dopper, dopgeld, dopkaart, beroepsdopper

    Ik vind helemaal geen werk, ik zit al een jaar aan den dop.

    > andere betekenis van dop

    Gans Vlaanderen
    Bewerking door K-pop op 29 Aug 2025 17:02
    0 reactie(s)

    dop
    (de ~ (m.), ~pen)

    stopke

    vgl stopsel, stop

    ook in de Antwerpse Kempen

    Doe die dop van de fles dicht!

    > andere betekenis van dop

    Provincie West-Vlaanderen
    Bewerking door K-pop op 29 Aug 2025 17:02
    0 reactie(s)

    Nieuwe versie!
    Er is een nieuwe versie van het Vlaams Woordenboek online. Mocht je problemen ondervinden, gelieve deze te melden op onze GitHub.

    Het Vlaams woordenboek  |  Concept en realisatie door Anthony Liekens

    Creative Commons License

    Het Vlaams Woordenboek by Anthony Liekens is licensed under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 4.0 International License.